We zitten genoeglijk samen op de bank voor de televisie wanneer ze plotseling zegt: ‘De nachten zijn lang de laatste tijd vind je ook niet?’ Wanneer ze merkt dat ik niet reageer, geeft ze me een elleboogstoot in mijn maag. ‘Au! Waar is dat goed voor?’ Ik wrijf over mijn buik. ‘Ik was dit net aan het volgen!’ Ze wordt boos, roept uit dat dit geen doen is. Dat ik nooit eens naar hààr luister. ‘Wat wil je dan?’ vraag ik. ‘Wat moet ik doen?’ Ze zucht een keer en dan schreeuwt ze: ‘Luisteren! Ik wil dat je luistert!’ Ik zeg dat ik altijd héél goed luister. ‘Luister maar: potje kaarten?’ Ze kijkt me niet begrijpend aan. ‘Ezelen’ verduidelijk ik.

Recente reacties