Ik lig er dag en nacht. Ik staar naar het plafond dag en nacht. Ik ben wakker dag en nacht. Hoop heb ik niet meer. Ik heb alles wat ik had achter me gelaten maar het komt terug met grote sprongen. Mijn familie, mijn vrienden en bovenal hij. Hij is er altijd, zit naast me, houdt van me, kust me. Maar ik kan niks doen, kan me niet bewegen, kan niet praten, kan hem niet aanraken. Ik wil dat hij ophoudt en verder gaat, verder met zijn leven, verder met zijn toekomst. Want ik ben een kasplantje dat niet instaat is iets te doen, dat leeft in de dood, dat leeft in de hel. Ik ben niemand, ik ben niks.

@Britt, ik zie hier het wedstrijdthema niet in terugkomen.