Hijgend keek ze achterom: ‘Oh nee! Ik kan niet meer.’ De grommende tijger kwam hard aangerend en stopte bij de boom: ‘Al blijf je er drie dagen zitten, ik kan wachten. Ik ben jou, remember?’ Er was een foutje gemaakt tijdens de illusie. Zij had in een tijger moeten veranderen en daar zat ze nu, hoog in de boom en grommend onder aan de stam. ‘Hoezo ben jij mij?’ ‘Snap je het dan niet pretty face? Wij moeten in elkaar opgaan om de illusie te verbreken.’ ‘Ik weiger naar beneden te komen.’ Het was guur en de wolken schoven snel en donker voorbij. Rillend in haar showkostuum bedacht ze dat een tijger nooit te vertrouwen was. En Hans klok dan?

Je bent niet in de war met het thema van de 120wedstrijd van vorig jaar rond deze tijd?