‘Hoi Merel, alles goed?’
‘Ja, geweldig! Druk op het werk, allemaal leuke dingen. En met jullie?’
‘Fantastisch, hè, Jip? Hij heeft het zo naar zijn zin op school.’
‘Maar mamma…’
‘Ze hebben zo’n leuk klasje. Hij vindt zijn juf heel lief.’
‘Nou, juf Lenie…’
‘We boffen maar met die zorgzame juf Lenie!’
‘Nou en of! Ik spreek je snel weer.’
‘Zeker. Dag!’
*
‘Mamma, waarom doe je zo raar met je gezicht?’
‘M’n gezicht doet zeer van de hele dag glimlachen. Zeg, je weet dat je moet zeggen dat het leuk is op school.’
‘Maar school is stom. Ik mag toch niet liegen?’
‘Als het nodig is, lieg je. Wat niet mag, is negatief zijn. In elk geval niet buitenshuis.’


Recente reacties