Het alarm van Tobor kondigde het einde van hun wekelijkse vrijpartij aan. Avam en Eda maakten zich los uit hun verstrengeling terwijl de robot hen een aperitief bracht. Eda had honger gekregen en wijzigde de eerder opgegeven hoeveelheid van het menu voor het avondeten. Tobor ratelde en op zijn display kon Eda zien hoe hij de gegevens verwerkte. Daarna begon hij het voedsel te printen. Avam en Eda haalden intussen alweer de buitenwereld met hun beeldschermpjes de huiskamer in.
Tobor was een hemelse aanbieding geweest, waarvoor ze uiteindelijk waren gezwicht. Hij zorgde niet alleen voor het eten, maar bestelde de boodschappen, verzorgde de was en hield het huis schoon. Avam en Eda, beiden thuiswerkers, hoefden hun paradijsje nooit meer uit.

U bent bekend met het feit dat ‘dystopie’, het wedstrijdthema, niet een typefout is van ‘utopie’?
Goed. Past WEL precies in het thema!
Als de duivel zo geniaal was om iedereen te laten geloven dat hij niet bestaat, is de loutere aanvaarding door mensen van een zogenaamd zorgeloze wereld precies de aanvaarding van een hel.
Ik heb de betekenis van dystopie wel degelijk goed begrepen. Het vergif is kennelijk nog sluipender dan ik dacht.
@Barry, @Jozef, @Melissa, de schrijver schrijft, de lezer leest. De lezer hoeft niet te begrijpen wat de schrijver bedoeld heeft.
Wat voor de één een dystopie is, kan voor de ander een utopie zijn.