Het lampje op de achtergrond kleurt rood. “Grapje,” zegt de minister als redding uit het rood. Niemand lacht. “Oké dan, eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik het homohuwelijk eigenlijk afstotelijk vind.” Groen. Hoofdschuddend kijkt hij naar de microfoon.
“Minister, waar denkt u aan?“ vraagt een journalist.
“Porno,” antwoordt de minister met een plichtmatige glimlach.
Terwijl pornogroen in de beginperiode van de Totalitaire Media Openheid nog hilarisch werd gevonden, lacht nu niemand. “Nee, ik bedoel natuurlijk, wat dacht u net vóór u aan porno dacht?“ De minister: “Oh gewoon, wat een sukkel ik ben dat ik die biometrische leugendetectiemicrofoon van jullie nog probeer te foppen.” Groen. Geen grapje. Eerlijk gezegd valt er nooit meer iets te lachen in de politiek.

Recente reacties