De donkere mantel overvalt me. Nog net zie ik de contouren van een hoog en vierkant gebouw. De regen valt me rauw op mijn dak. Ik zie niets maar hoor van alles: schreeuwende stemmen, gegil in de verte. Dan hoor ik een deur dichtslaan en voel meteen de kou bezit nemen van mijn ledematen. Ik schreeuw: “Waar ben ik?” Er komt geen antwoord. Ik probeer te gaan zitten maar als ik hurk, schuren mijn blote knieën langs kale stenen; een pijnscheut! Tranen vullen mijn gezicht. Een man mag niet huilen dat weet ik ook wel maar ik kan er niets aan de doen. Ik geef alles wat ik heb en lik dan ze dan van mijn gezicht. Ze smaken zout.

Recente reacties