‘Zul je voorzichtig doen?’, zegt ze altijd als ik op weg ga.
‘Ja schat. Hoe laat ben jij weer thuis vandaag?’
Ze heeft onregelmatige werktijden en ik weet nooit precies wanneer ze klaar is.
‘Het zal wel laat worden. Zeker niet voor acht uur. In de diepvries staat nog genoeg.’
‘Anders haal ik wel wat.’
We liggen samen in bed. Dit is ons moment om het drukke leven van ons af te schudden. In een hernieuwd verliefde bui zijn we -onderweg ons al uitkledend- naar boven gegaan.
‘Hee, wat doet die slipper hier?’, hoor ik roepen van beneden.
‘Ja’, denk ik met een rood hoofd. ‘Het is nog geen acht uur. Hier past geen verkleinwoord meer. Dit is een slipper!’


Recente reacties