‘Ja, meneertje. Daar kenne wij ook nie veul aan doen’.
Geërgerd kijk ik naar de man van de wegenwacht. Wie zijn ‘wij’ denk ik vragend. Bedoel je ik en jou, hier samen om half zeven ’s ochtends boven mijn lege accu en niet startende motor? Bedoel je, dat wij, als monteur en klant, met onze vereende inspanningen niet mogelijker wijze deze wagen weer aan de praat kunnen krijgen? Want als ‘wij’ ons is, waar heb ik je dan in hemelsnaam voor gebeld? Of bedoel je wij, als in een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, dat jij en je alter ‘evil’ ego niet willen helpen?
‘Ut ken vriezen en ut ken dooien’, zegt de wegenwacht. Het weer, ja daar doen wij inderdaad weinig aan.

Waren wij wel lid van de wegenw8?
Wij zijn wel lid maar dat “meneertje” dan moet die ww8ter wel heel groot zijn geweest