Mijn ene opa was een statige man. Hij woonde in een groot, wat donker huis. Als ik met mijn moeder met de trein naar hem toe reisde, wat dat al een bijzondere belevenis.
Opa droeg in mijn herinnering altijd een sjiek zwart pak met een gilet. Ik was het meest geïmponeerd door zijn zakhorloge. Dat zat in een van zijn broekzakken en de ketting zat door het knoopsgat net daarboven. Kijken hoe laat het was, zag ik als een kleine toverkunst.
Toen ik na vijfentwintig jaar afscheid nam op mijn werk, kreeg ik een goudkleurig zakhorloge. Ik was weer even bij mijn opa op bezoek. Helaas kon zelfs zo’n horloge er niet tegen om gewassen te worden in mijn wasmachine.

Je brengt mij met jouw herinnering ook terug op een herinnering. Mijn vader had ook een zakhorloge. Wij, kinderen, weten niet of hij deze had geërfd van zijn vader. Wij hebben het hem nooit zien dragen, wel op een foto die we gisteren van een ver familielid kregen vanwege zijn geboortedag. Bijzonder om mijn pa zo jong te zien, hij was toen in de twintig.
Misschien heeft hij hem verloren. We kunnen het hem niet meer vragen.
Jammer, dat je zakhorloge verloren gegaan is in de wasmachine.