‘”lijkschouwer”… zelfs na veertig jaar zal ik er niet aan wennen: ik ben arts, schouwarts.’
‘Neemt u mij niet kwalijk, maar als arts kunt u toch niets meer voor een lijk doen? De eed van Hippocrates had u net zo goed niet hoeven afleggen.’
‘Zegt u dat niet te hard. Laatst kwam ik nog bij een hoogbejaarde schijndode: lijkbleek lag hij op bed. Het is niet altijd duidelijk. Ja, een mes in iemands rug, of een bloedend kogelgat in een hoofd. Dan is er geen twijfel mogelijk als een hartslag ontbreekt.’
‘Is hij gereanimeerd?’
‘Ja, en ik ook: zijn vrouw van dik in de 80 deed in uiterst doorschijnend negligé plotseling de slaapkamerkast open – poging tot doodslag ten laste gelegd.’


Je jaagt me de schrik op het lijf, Han.
Lekker griezelig stukje.
Komma’s zijn mijn makke, maar mis ik nu een ‘na het beletselteken? In de eerste zin dus.
Levja. Haha, en dat vlak voor het eten.
Nee, voor en na een beletselteken plaats je geen komma. Je ziet het soms wel, maar dat is fout.
Ook niet voor Ik? ik ben arts, schouwarts.’
Het verwart mij, Han.