Tijdens zijn ochtendwandeling over de grachten valt het Julius op: regenboogvlaggen hangen uit. Pride Amsterdam komt eraan. Net zoals hij zich opstelt, links noch rechts, op het gore grachtenwater meedeint, is Julius er niet van overtuigd dat hij voor de volle honderd procent hetero is – hij onderdrukt meer dan hem lief is.
Als lid van de penetrante grachtengordelgemeenschap moet Julius daarmee uitkijken, vooral omdat hijzelf geneigd is uit onvermogen mensen op hautaine, elitaire toon te schofferen. Julius heeft daarvan geleerd, en doet nu zijn uiterste best om alleen te communiceren met mensen van wie hij iets te verwachten heeft en hem niet tegenspreken – maar van wie nu die vernietigende ansichtkaart met regenboogvlag erop is die hij in zijn brievenbus vindt?


Recente reacties