Voor zover ik mij herinner, ging het zo: Lily wist niet zeker of ze ooit omwille van zijn onaangekondigd vertrek boos op hem geweest was, hem missen deed ze echter wel en de herinnering aan hem was rond deze tijd van het jaar sterker dan anders, hoewel ze zich op andere tijdstippen doorheen het jaar, zonder aanwijsbare reden, vaak hulpelozer voelde bij de gedachte dat ze nooit meer samen zouden kunnen terugblikken op de fijne en minder fijne momenten die ze samen beleefd hadden en sommige stilaan vervaagden tot ze, misschien op een dag, zouden overkomen als een anekdote, een gedachte waarbij ze huiverde, omdat vanaf dan alles wat na hem kwam of nog zou komen onherroepelijk nietsbetekenend zou blijken.


@Herve Suys: door de lange zin kon ik het werkwoord niet vinden…
Kan het niet goed uitleggen, maar dit komt op mij over als een repetitie van Herman van Veen. Ierts met Cirkels, ik geloof een lied.