In haar gesprek met Rolf richt Anja haar blik minachtend op Kees en zijn kraam aan de B-keuzelaan. Kees ziet Rolf hoofdschuddend luisteren. Het stel loopt verder bij hem vandaan en gaat op in de menigte aan de overzijde van het middenterrein.
Dáár hoort Kees te staan. Bij de prominente aanbieders.
Op de jaarlijkse vaste plantenruilbeurs van hun tuinvereniging “De Bloemzaaiers” kan je wolfsmelk ruilen voor schapengras of een leeuwenbek voor olifantsoren. Allemaal met gesloten portemonnee, met als doel Nijkerk en omstreken een stukje groener te maken.
Vorig jaar heeft Kees zijn plek aan de hoofdstraat van de ruilbeurs verspeeld; in al zijn stekken hadden aaltjes gezeten.
Van ruilen kwam huilen. Eerst bij zijn collega tuinders. En nu bij Kees.


Wow, je bent heel snel, Alice. Volgens mij nog op waarheid berust ook.
Dat ruilen van stekken vind ik wel wat. Ik doe het op kleine schaal met mijn zussen. Tot nu toe hebben we nog niet hoeven te huilen.
Gelukkig maar Levja, het gaat ook vaker goed dan fout, maar dat is voor het schrijven van een verhaalen minder leuk!
Ik was vanmorgen ook een uit de kluiten gewassen kamerplant aan het stekken. Bedacht me hoe leuk het is om plantjes aan anderen te geven (eerst even afwachten of ze goed gaan wortelen 😉 )
En ineens bevond ik me op een ruilbeurs in Nijkerk.
Dus alinea 2 is naar waarheid en de rest verzonnen? Leuk dat het bestaat en leuk gedaan. Kees was dus ook groen van jaloezie op de groene beurs.
Ik weet wel dat er zo’n straatkast bestaat waar je plantjes kunt ruilen. In het dorp hebben we dat geloof ik niet. We hebben wel 5 mini-biebs.
Dank voor je reactie Lousjekoesje. Ik weet ook van de straatkasten, echt leuk!
Maar laat ik eerlijk zijn, het kan dan waar gebeurd lijken, maar mijn verhaal is pure (nature) fictie.
Alice. Plantenruilbeurs, weer wat geleerd. Leuk stukje.