De kerstboom stond in de hoek van de kamer. Eronder de stal, eigenhandig door een van de broers van mijn vader in elkaar getimmerd. Elk jaar was het weer een sport om de beeldjes van de hoofdrolspelers uit te pakken. Die waren het jaar daarvoor in krantenpapier gewikkeld. De winnaar was degene die het Jezus-beeldje vond. Het was de kunst om het beeldje aan de ingepakte de vorm te herkennen. Ik bleef consistent de verliezer. Steeds opnieuw vergat ik dat het kindje in een kribbe lag, een stralenkrans eromheen. Aan de buitenkant voelde dat dus meer als de os of de ezel.
De winnaar legde trots het beeldje midden in de stal. Daarna volgde de rest.
Het kerstspel was begonnen.

Lisette, wat maken tradities toch leuke herinneringen! Je beschrijft het neerzetten van de stal mooi, je teleurstelling is bijna voelbaar.
Ik herken je verhaal, bij ons ging het dan vaak om de kerstballen. Ieder jaar mochten wij een nieuwe kerstbal uitzoeken van mijn moeder, om bij de bestaande bonte verzameling in de boom te hangen. Ik heb hetzelfde in ons gezin gedaan. Dat zorgt voor veel ‘o ja’- en ‘weet-je-nog-die had-ik gekozen!’-momentjes bij het optuigen van de kerstboom. En een bont gekleurde, in het geheel niet gestyleerde kerstboom. Prachtig.
Fijn familiekiekje schets je hier. Mooie slotzin. Het kerstspel komt in alle vormen voor.
@Alice: herinneringen ophangen, klinkt goed!
@Levja: dank, het blijven de fijnste foto’s om naar te kijken.