De zus van de vader was de tante.
Het was de tante die de man belde. Ze vond het jammer dat het op deze manier was gelopen, maar de strijd was gestreden en haar broer had die verloren.
Omdat het lange tijd stil bleef aan de andere kant en ze niet eens zijn ademhaling hoorde – ze luisterde nochtans aandachtig – vroeg de tante of de man iets zou willen voorbereiden. Enkele woorden, misschien wel troostende. Voor hem of een ander, vroeg hij zich af.
Hij moest daar nog even over nadenken, haakte in en ging languit op zijn rug op de grond liggen.
Hij was het gewend met een deadline te werken, maar deze keer leek belangrijker dan alle voorgaande keren.


Recente reacties