“Weet je wat ik zou doen als ik het grote lot zou winnen”, vraagt ze terwijl ze het formulier van deze week verfrommelt.
Daar gaan we weer. Dit heb ik al talloze keren gehoord. Zo meteen begint ze wilde en dure dromen op te sommen, telkens met kleine aanpassingen: dingen die ze niet langer verlangt maken plaats voor nieuwe extravaganza.
“… het zuiden van Frankrijk, daar ben ik nog niet uit. Een elektrische auto natuurlijk, daar hebben we het al over gehad. Zo eentje moeten we zeker hebben. En stoppen met werken, uiteraard. Dan hoef jij ook nooit meer het gras te gaan maaien bij die jonge weduwe van hiernaast.”
Ik hoop vurig dat we dat verdomde grote lot nooit winnen.


Beste Herve, als je een lot wint, heb je nog altijd niks. Het gaat erom de loterij te winnen, of wordt in Vlaanderen de hoofdprijs van een loterij het grote lot genoemd? In dat geval is het een taalkwestie.
Ware woorden, beste.
Van het kopen van een lot, is de periode totaan de trekking,het leukste. Het fantaseren over ‘wat als ik win’ houd je bezig. Je koopt eigenkijk een overzichtelijke, beperkt houdbare, droomtijd. Daarna kan je weer over tot de orde van de dag (met een enkel keertje € 100,- extra in je portemonnee). 🙂