De dagen korten, het wordt kouder maar dat deert haar niet.
Anja fietst met gezwinde spoed naar het huis van haar tante, het telefoontje heeft haar verontrust.
De deur staat al open, tante Jans zit in haar brede fauteuil.
Het zweet parelt op haar voorhoofd en met een zakdoek dept ze haar gezicht.
“Lieve tante wat is er aan de hand?”
“Anja, Boris mijn kat is gevallen en zo geschrokken dat hij weggevlucht is.
Foetsie is hij. Hij viel van een stapel borden, die natuurlijk stuk zijn en weg was hij.”
“Laat mij maar kijken tante.” Lachend loopt ze naar de keuken en ja daar zit Boris tussen de scherven en etensresten. Tevreden kijkt hij rond,zich van geen kwaad bewust.

Recente reacties