‘Ik heet Charley. Wat een rare naam, Taar? Nooit van gehoord. Wel van Tsaar. Roeg heeft daar ooit eens over verteld. Geen fijne mensen.’
‘Wie is Roeg? Daar heb ik dan weer nooit van gehoord. Ook een vreemde naam hoor?’
‘Roeg? Een vriend van mijn vader. Hij maakt films. Mijn vader heeft van een van zijn films een toneelstuk gemaakt. Dat hebben ze vanavond voor het eerst opgevoerd. Daaro, bij Carré.’
‘Zo, zo, is jouw vader dan toneelregisseur? En zijn vriend een filmregisseur. En wat heeft ie dan tegen tsaren?’
‘Nou, hij vindt dat maar vervelende mannetjes. Klein en wreed en gebrand op oorlog. Egotrippers, schuinsmarcheerders, bullebakken, dictators. Bepaald geen leuke mannen om tikkertje mee te doen. Bloederige typjes ook.’

Recente reacties