Ze leerde hem kennen op weg naar de wintersport. Deze keer niet de klassieke ski-leraar die voor deze roodharige viel maar de buschauffeur van dienst. Na enkele amoureuze nachten brak de onvermijdelijke reis terug alweer aan. “Ik stuur je wel een kaartje” zei hij bij zijn afscheid.
En inderdaad, op twee januari van het nieuwe jaar viel de beloofde kaart op haar deurmat. Het was echter niet het enige poststuk dat deze dag als bestemming haar brievenbus had gevonden. Een rouwkaart zoals er zovele bestaan maar deze keer betrof het de afzender van de ontvangen ansichtkaart. Op de terugweg van de brievenbus naar huis werd hij geschept door een dronken automobilist. Gelukkig nieuwjaar, niet voor iedereen vanzelfsprekend wist ze nu.

Oh ja, ik ken de ‘groeten uit’ kaarten maar al te goed.
Ik zie ze zo voor me.
En verder komt het ongeloofwaardig op me over. Hoe wisten nabestaanden van haar adres af? En hoe wist die roodharige dame hoe het trieste ongeluk was gebeurd? Stond dat in de rouwkaart?