Ik had me er heel wat van voorgesteld, van die eerste vliegtuigreis. De bestemming deed er niet toe, ik wilde vliegen, zo hoog mogelijk. Ik denk niet dat ik later ooit nog zo opgewonden was als die dag.
Ik had een boek bij, maar zou niet tot lezen komen.
Ideaal, een plaatsje bij het raam.
Eenmaal boven het wolkendek keek ik door het raampje en speurde de horizon af, maar zag niet wat ik wat ik hoopte te zien.
Mijn ouders zagen mijn teleurstelling en vroegen wat er scheelde.
“Waar zijn oma en opa? Ik zie hen niet. En Rex evenmin. Jullie zeiden dat ze in de hemel zijn, hoog boven de wolken, maar dit is de hemel helemaal niet.”


Ach … was de hemel maar zo dichtbij. Op dit moment is de hel op de wereld eerder dichterbij dan ooit. Helaas.
Ach, wat een teleurstelling dan, inderdaad.
Mien, dat vrees ik ook. Toch zouden we moeten proberen om te blijven genieten van de kleine dingen.