We scheelden een paar jaar, mijn buurmeisje en ik. Ze was altijd opgewekt, ook al leed ze aan een nare heupziekte. Ze was altijd in de straat blijven wonen waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Nog steeds organiseerde ze één keer per jaar een gezellig avondje met ons, haar oude buren van nummer negenentwinig.
Toen kreeg ze kanker, en overleed binnen een paar maanden.
Mijn broers en ik gingen naar haar crematie, die werd geleid door een ons onbekende man.
Achteraf bleek hij het buurjongetje van nummer zevenentwintig.
Wat speelden we vroeger vaak indiaantje en cowboytje met elkaar, door hem hardnekkig uitgesproken als “kojboj”.
In mijn gedachten was hij altijd een jaar of acht gebleven.
Nummer eenendertig wordt nu leeggehaald.

@Lisette. Een droef verhaaltje. Twee opvolgende zinnen beginnend met ze was altijd, is niet zo mooi.
Verschil in tijd: de laatste zin impliceert het heden, terwijl het voorafgaande toch meer in het verleden ligt.
@Han: 2x “ze was” ga ik aanpassen. De laatste zin is echt van nu, toen ik er onlangs toevallig langs fietste. De herinneringen zijn van veel langer terug, en de crematie vond deze zomer laatste.
@Lisette. O, nu begrijp ik het.
Mooi stukje Lisette, bijzonder dat kleine details uit je jeugd soms zomaar weer komen bovendrijven. Dingen veranderen, mensen ook…
@irmamoekestorm: klopt helemaal, en het maakt zware tijden ook draaglijker.
sterk en wrang verhaal waarbij ’toeval’ een belangrijke rol speelt. Slotzin maakt het verhaal af.\\
@José: dank voor je reactie.