‘Nee niks “schatje”! Ik ben verdomme geen kleuter. Je weet toch dat ik allergisch voor mosterd ben?’
‘Kom op lief, dat bestaat helemaal niet. Daar heb ik je nog nooit over gehoord.’
‘Zeg je nou dat ik een allergie verzin én ook dat je dit na tien jaar nog steeds niet weet?’
‘Kom schat, maak nou niet zo’n ophef…’
‘Ophef! Ophef! Tien jaar samen en je weet niks van mij.’
‘Nou, nou, nou.’
‘Oké. Noem mijn lievelingsschrijver?’
‘Jawel, dat is uh, Kristien Hemmerechts. Toch?’
‘Weet je misschien wel wat mijn favoriete gerecht is?’
‘Is dit een verhoor?’
‘Gerecht!’
‘Lasagne?’
‘Laatste kans: mijn beste idee ooit?’
‘Wat?’
‘Dat ik nu wegga en nooit meer terugkom. Enne: succes nog met de mosterd!’

Ik zie dit zo voor me. De herhaling van mosterd in de slotzin had van mij niet gehoeven. Maar … Het is jouw stukje.
Dag Erik. 😉
Mij stoorde die mosterd in de slotzin niet. Een heel levensechte dialoog, alleen gedraagt hij zich vanaf de eerste zin zo agressief dat het einde niet meer echt verrast.
Ik kreeg een beetje het ‘Fawlty Towers’ gevoel erbij. dialoog is mooi, maar deze relatie is wel heel erg op zijn eind. De laatste zin had ik ook denk ik anders gedaan.