‘Moeder, kijk! Tussen het puin vond ik zes van deze dingen.’
‘Ben je alleen een huis binnengegaan?’ vroeg ik. ‘Dat is gevaarlijk.’
Abel schudde zijn hoofd. ‘Alles was al ingestort.’
Ik knikte en wreef er een schoon met mijn mouw. ‘Het zijn gourmetpannetjes,’ zei ik. ‘Ze gebruikten die bij een feest om vlees en groente in te bakken.’
Ongelovig keek Abel mij aan. ‘Zes?’ vroeg hij. ‘Hadden ze zó veel te eten?’
‘O ja,’ zei ik, ‘zo veel dat ze vaak de helft weggooiden.’
Abel was een tijdje stil. ‘Met twee pannetjes hebben wij genoeg,’ zei hij. ‘Ik rust niet tot ik genoeg eten voor ons twee gevonden heb.’
Even vocht ik tegen mijn tranen. ‘Ik zoek mee,’ zei ik.


Goed geschreven dystopie-verhaal aprés la lettre.
Dank je Fons. Na mijn ezelstukje werd het weer tijd voor iets serieuzers, vond ik.
Mooi Hay, roept allemaal vragen op over wat er gebeurd is.
Mooi stukje. Originele benadering.