Liggen in het gras. Acht jaar was ze pas. In haar mondje een strootje en rond haar hoofd een madeliefjeskrans.
Eerst een sneetje met de nagel van haar duim, dan het steeltje voorzichtig er doorheen. Ze keek omhoog, Het rook naar gras, zon en wilde bloemen. De wolken joegen op elkaar. Veranderend van vorm en richting. Dan een lieve teddybeer soms plots een boze draak. Wat zou daarachter zijn? Een wereld gelijk aan deze? Hoe groot en oneindig het heelal, net als haar hele leven. zoveel te zien in opperste verwondering. Oneindig ook het aantal levens verscholen achter de werkelijke schijn. Kon ze altijd maar zo gelukkig zijn. Genieten in het klein. Met gesloten ogen slaakte ze een diepe zucht.

Mooi geschreven!
Lief! Mooi dat alles-is-mogelijk kindergevoel beschreven 🙂
@MRM Hoe was ook alweer dat liedje over dat grietje met een rietje?