Mijn kleingeld ligt altijd klaar. Voor de collectanten.
Als ratten verspreiden ze zich op gezette tijden door de straten. En bellen aan. Want dat doen ze. Ongevraagd. En dan met met een brede glimlach, “blahblah meneer? Collecte.”
Ik vraag beleefd waar het voor is. Mompelmompelkanker meneer. Zijn dochter staat schaapachtig naast hem te grijnzen. Ze kijkt me recht aan. Met zijn dochter als buffer kan ik hem niet me verbaal geweld de deur uit schoppen. Mijn kleingeld rammelt al in de bus: “Dag Mijnheer.” Ik gooi de deur dicht en mompel: “Dag klootzak.”
Wie was dat?
Collecte voor een of andere kanker.
Je zou toch niet meer geven?
Ja maar zijn dochtertje was mee.
Verstandig, zo haal je meer geld.


Recente reacties