Als het knikkerseizoen aanbrak vroeg ik mijn moeder altijd om wat geld om knikkers te knopen. Ik kocht dan een netje met een stuk of twintig van die prachtige, kleurige glimmers.
Op het schoolplein werd ik dan omringt door een schare aasgieren die opeens met me wilden spelen.
Knikkeren wilden ze. Mijn knikkers wilden ze.
Vereerd met zoveel aandacht zei ik dan natuurlijk ja.
Mijn knikkerspel was vergeleken met iedere andere leerling ronduit slecht. Mijn klasgenoten waren bijzonder goed op de hoogte van mijn onhandigheid. Meestal was ik al mijn knikkers binnen vijftien minuten kwijt aan het spel dat knikkeren heet.
Dan werd ik gedegradeerd tot toeschouwer en bewonderde ik de aasgieren die mijn knikkers zo snel afhandig hadden gemaakt.


Recente reacties