“Daar!”, hoor ik een vrouwenstem krijsen. Een mannenstem mompelt dat hij eens zal kijken. Ik hoor voetstappen op me af komen. Ik besluit weg te rennen. Ik hoor weer die paniekerige vrouwenkrijs: “Daar!” De man heeft inmiddels een wapen in de hand. Hij wil me toch niet doden? Ik probeer te ontsnappen maar ik ben kansloos. Hij heeft me ingesloten. Ik kijk de man recht in zijn ogen en beef als een rietje. Ik hoor hem iets over “Doos!” roepen en opeens zit ik in het donker. Na een kwartiertje gaat de doos weer open.
“Wegwezen muisje”, zegt een kalme stem. Ik ren opgelucht weg, het bos in. “Ik kan dat beestje toch niet doodmaken”, hoor ik hem nog mompelen.


Recente reacties