Als student sociologie begon ik eind jaren zestig mijn baard te laten staan. Met enkele onderbrekingen heb ik dat tot 1985 volgehouden. Ik werkte inmiddels al ruim tien jaar in Rotterdam. Toen nam ik het besluit dat ik definitief van de baard af wilde. Een baard is een zelfgekozen gezichtsmasker. Ayatollahs en andere fundamentalisten verschuilen zich graag achter een dergelijk masker. Zij hebben vaak iets te verbergen.
Na ruim vijftien jaar wilde ik voortaan mezelf met een open en naakt gezicht aan de wereld tonen. Ik ben wie ik ben, ik heb niets te verdonkeremanen en ik hoef me ook niet interessant voor te doen.
Ik scheerde de baard af en ik kwam weer te voorschijn als een vlinder. Opgelucht!


Blij met mijn baard! Eens in de 14 dagen scheer ik schedel en modelleer de baard. Voor de rest geldt: geen gescheer elke ochtend, noch nat , noch met het apparaat. En , ik geef het toe: ’s ochtends ben ik lui.
Mijn man draagt een baard en ik ben trots op hem.
Zo heeft ieder zijn eigen redenen om wel of niet een baard te laten staan. Of de mensen die hem dragen vaak iets te verbergen hebben, weet ik niet. Fijn dat jij dat vlindergevoel had i.i.g.