Maandagochtend vertrok de man uit Stockholm.
Midden in de nacht rijd ik via Hamburg naar de Nederlandse grens. De ruitenwissers draaien op volle toeren. Ik drink mijn zesde pilsje en probeer me op de witte streep te concentreren. De doodstille weg werkt hallucinerend.
Ineens zie ik tegenlicht. Moet ik daar naar toe rijden? De jongen naast me, die ik een lift naar Holland geef, zegt, ‘een vrachtwagen, gauw naar rechts.’
Ik heb hem meegenomen om me wakker te houden; ik vertel hem dat ik de komende middag in Gent moet zijn. ’s Morgens koopt hij in Hengelo broodjes die we in Zweden niet kennen: saucijzenbroodjes.
Bij Arnhem zet ik hem af.
Vlak bij Roosendaal kwam de man om het leven.


Pfoe, dat is een wending. Heftig, mooie log.
Goed geschreven. Al ging al wel een belletje rinkelen bij 6 pilsjes.
Ik twijfel bij ‘daar naar toe rijden’. Zoveel spaties?
Oei. Hij was nog wel zo helder om een wakkerhouder mee te nemen.
@Jose goede structuur, goed beeld