Ze had hem niet gehoord, hij had het goed gedaan. Pas op het allerlaatste moment had ze zich ietwat verschrikt omgedraaid. Haar schreeuw had hij weten te smoren en het stompe voorwerp op haar hoofd had haar voor eeuwig het zwijgen opgelegd. Ze viel languit in de dikke laag sneeuw.
Jammer, vond hij. Hij zag het leven graag uit hun ogen glijden wanneer zijn handen om hun hals vouwden en zijn vingers als bankschroeven langzaam in het vlees klemden.
De trofee nam hij vol trots mee naar huis, waar het een plekje kreeg in de vrieskist. Liefdevol streelde hij daarna even ieder, in een plastic boterhamzakje verpakt, lichaamsdeel.
Achter de vrieskist vraten ratten verwoed aan het snoer. Het ging dooien.


Ach ja, die ratten bederven alls 😀