Iedereen kijkt naar me
Maar er is niemand die me ziet
Mijn rug brand van hun blikken
Alsof ik hen niet kan zien
Ik zie de uitgestoken vingers
Waar ze niet mee wijzen
De woorden echoen om me heen
Omdat ze denken dat ik ze niet hoor
Ze hebben zoveel te zeggen
Alleen niet tegen mijzelf
Ik ben het middelpunt
Terwijl ik in een hoek zit
Zoveel mensen zijn er om mij heen
Maar het voelt aan als geen een
Ik word steeds kleiner
En loop steeds krommer
Ze lopen me voorbij als een onbekende
Amper een blik waardig
Niet van vlees en bloed
Zonder zicht, gehoor of gevoelens
Als een paspop in de etalage
Enkel om te worden bekeken

Mijn rug brandT
Iets compacter had wel gekund, het gevaar van herhaling zit er hier dik in.
met vriendelijke groet,
Chris
Mee eens Chris! Maar ja, 120 woorden… Voor mijn eigen collectie pas ik hem nog wel aan 😉
Het kan aan mij liggen, maar helemaal begrijpen doe ik het niet. Je begint met iedereen kijkt naar me en later amper een blik waardig. En tot slot enkel om te worden bekeken. Ik lees later nog een keertje.
Mensen zien je en praten over je, maar ze zien jóu, wie je echt bent, niet, Levja. Ach ja, die schooltijd.. 😉
Dank je voor de toelichting @Ruby Nu heb ik het gelezen vanuit dat gezichtspunt. Ik heb het zo gelezen:
‘Iedereen kijkt naar me
Niemand ziet me echt.’
@Ruby, ik kan de poëzie hier niet ontdekken, al staat dat er wel boven. Ik lees vooral een stel clichés. Ik zie dat je het eens bent met de kritiek van @Chris. Ik zou graag een aangepaste versie zien, maar wel in 120 woorden. Dat iets binnen 120 woorden moet passen, mag m.i. geen excuus zijn om met minder genoegen te nemen. Met minder bedoel ik hier kwaliteit.