Mijn gedachten zijn gezonken naar het diepe
Het diepe dat dieper is.
Dieper dan waar het licht nog kan doordringen.
Diepte waar de druk je verplettert.
Je gemoed vergruist en tot poeder verpulvert.
Daar probeer ik te kijken.
Een lichtpuntje als een speldenknop.
Scherp en stekend.
Te veel pijn.
Ik sluit mijn ogen.
Ik zoek verlichting.
Weg van die druk.
Bevrijding uit de diepte.
Ik zwem omhoog.
Een warme hand omklemt mijn been.
En verleid me tot overgave.
Een zachte drang.
Wijst me de weg.
Het is zo eenvoudig.
Het diepe verlaten.
En ga naar het niets.
Een vrachtwagen nadert.
Verlangend naar me toe.
Ik neem eindelijk de stap.
Die me doet verdwijnen.
In een slaap.
Die eindeloos zal zijn.


Een mooi gedicht. Maar in regel vier en naar ik aanneem ook in regel vijf moet je wel de d’s aan het eind van de werkwoordsvormen door t’s vervangen.
@frank, verplettert vergruist verpulvert, verbeteren, vlug!
@leo, dank voor je oplettendheid.
Aangepast. Voortaan zelf weer op de d’s en t’s letten 😉