Ik was een … Hey! Een vlieg op mijn scherm.
Ik had een verhaal … Verdomme! As valt in mijn toetsenbord. Ik schud mijn toetsenbord ondersteboven leeg en veeg de as van mijn bureau.
Dit stuk gaat over … Dorst! Ik lust wel een bak koffie, “Joany, zou je een bak koffie kunnen zetten?” Vanuit de keuken klinkt: “Is goed.”
Wissen en opnieuw, Het is moeilijk om een diagnose …, een mok wordt naast mijn toetsenbord gezet. “Alsjeblieft schat, koffie. Er zitten al twee scheppen suiker in.”
Wat was ik ook al weer aan het doen? Oh ja, een verhaal schrijven over ADD. Ik wis de eerste regel en begin opnieuw. Zonder eenduidige test …, “Bliep!” Mijn Facebook chat piept, even kijken wie…


Als het de bedoeling is dat dit een rommelig en druk stuk moet zijn, dan ben je in die opzet geslaagd.
Voor mij te druk, in visueel opzicht ook. Je hebt wel een heel duidelijk beeld neergezet van de ik-figuur uit je stuk.
Je gebruikt enkele en dubbele aanhalingstekens door elkaar en in een enkel geval draait de aanhalingskomma ook nog de verkeerde kant op.
Men kan naar keuze enkele of dubbele komma’s gebruiken bij aanhalingstekens, maar het is wel aan te bevelen daar consequent in te zijn.
Voor citaten worden vaak dubbele aanhalingstekens gebruikt. Om een enkel woord te benadrukken, kan men gebruik maken van enkele aanhalingstekens, maar men kan er in dat geval ook voor kiezen een woord te cursiveren. Daar waar je de gedachten van de ik-figuur uit je verhaal cursiveert, is het niet nodig, zelfs ongewenst, om ze ook nog eens van aanhalingstekens te voorzien.
Een zeer onduidelijk stuk uit je verhaal is dit:
-‘Dit stuk gaat over…’ “Dorst” Ik lust wel een bak koffie. “Jo, zou je een bak koffie kunnen zetten?” Uit de keuken klinkt het, “Is goed.”
-‘Dit stuk gaat over…’(gecursiveerd + aanhalingstekens) hier geef je een gedachte aan.
-“Dorst” Niet gecursiveerd, wel tussen dubbele aanhalingstekens, dus dit zou een woord moeten zijn dat de ik-figuur hardop zegt.
-Ik lust wel een bak koffie. Dit leest als een gedachte van de ik-figuur, maar het is niet gecursiveerd en niet voorzien van aanhalingstekens van welke soort dan ook. De zin staat er daarom wat verweesd bij.
– “Jo, zou je een bak koffie kunnen zetten?” Technisch gesproken zou deze zin bij het voorgaande “Dorst” horen. De(ze) lezer stelt zich dan voor dat de ik-figuur hardop “Dorst” zei en dat dat woord gericht was aan Jo.
Na “Dorst” volgt een onderbreking van de zin, en zonder komma wordt de zin voortgezet met “Jo …”.
-Uit de keuken klinkt het, “Is goed.” Het zou moeten zijn: vanuit de keuken klinkt of in de keuken klinkt. Na het (maar beter na klinkt, met weglating van het) zou niet een komma maar een dubbele punt moeten volgen.
Ik heb hier meer woorden nodig om te zeggen wat er aan deze alinea niet klopt dan jij nodig had voor het hele stuk. De rest laat ik daarom onbesproken, maar het komt op hetzelfde neer.
In deze 120woorden maak je veelvuldig gebruik van het beletselteken. Een beletselteken staat los van de woorden, tenzij er een woord wordt afgebroken. Je hoeft er niet bang voor te zijn dat de vele beletseltekens ervoor zorgen dat je evenzoveel woorden minder kunt gebruiken, want Frank heeft ervoor gezorgd dat losstaande beletseltekens niet langer als woorden tellen.
Ik denk dat je geprobeerd hebt om via dit 120woordenstuk te laten zien hoe ADD eruit kan zien. Dat is duizelingwekkend goed gebeurd, maar ik ben van mening dat dit ook heel goed kan lukken met een juist gebruik van aanhalingstekens en cursiveringen.
@Ineke Thx, Stukje is aangepast. In elk geval is de bedoeling overgekomen 🙂 Het stukje zou ook verward en onsamenhangend moeten zijn, maar als geheel een beeld schetsen.
Een wonder dat er … (sorry, de poes krabt aan de deur, die moet ik nog eten geven). Waar was ik gebleven, oh ja: … dat er überhaupt nog geschreven wordt. Doei, ik moet nu eindigen, iemand aan de voordeur, als het maar geen kerstkaarten zijn.
Gelezen, en ja, nu met minder draaierigheid in het hoofd tot gevolg 😉