Terwijl ik fantaseer en schrijf over het einde van alles vraag ik me af of het fictie is. Geloof ik dat het einde onvermijdelijk en nodig is om opnieuw te kunnen starten? Ik ben niet religieus, waarom fascineert de ondergang mij dan zo mateloos? Misschien wil ik gewoon niet dat alles vergankelijk is en huiver ik bij de gedachte dat ik er uiteindelijk niet toe doe?
Of is het de sinistere kant van mijn ik die geniet van fantaseren over tragische verwikkelingen en gruwelijke aflopen? Helpt schrijven om mijn duistere demon te beteugelen?
Ik schud de melancholieke zelfanalyse van me af en check nog eens de laatste zin; ‘De doodsbode en zijn helpers doen goede zaken.’ Ik voeg ‘lugubere’ toe.


Als je eerlijk bent laat je het woord ‘misschien’ achterwege. Voor zover tragiek en gruwelijke aflopen anderen betreffen is er nog mee te leven.
Achter die misschien schuilt een hele wereld en daar is 120W veel te kort voor. Als ik ‘vergankelijk’ door ‘sterfelijk’ vervang en ‘alles’ was ‘ik’ geweest dan had misschien er niet gestaan 🙂