Ze woonde in het bos. Men noemde haar Roodhaartje omdat… Juist ja.
Op zekere dag fietste ze richting stad.
De laatste bosanemoontjes hingen verlept aan haar stuur. Ze bereikte de eerste straten van de stad en wist niet wat ze zag.
‘Maar stad wat heb je hoge gebouwen?’ fluisterde ze omhoogkijkend tot haar nek zeer deed.
‘Daar kan ik veel mensen in stouwen,’ fluisterde Stad terug.
‘Maar Stad waarom zijn er zoveel winkels?’
‘Dat is om mensen op slimme wijze geld afhandig maken.’
‘Maar Stad waarom stink je zo?’
‘Wat een intieme vraag. Dat is omdat… Ach waarom geef ik daar antwoord op. Ik heb wel andere dingen aan mijn hoofd.’
Stad zweeg.
Teleurgesteld fietste Roodhaartje terug naar het bos.

leuk