Zogenaamd toevallig fietst hij
Langs het station
En neemt jou mee
weg bij dat perron
Dat perron wat je telkens trekt
als vlucht voor
het zo oneindig alleen voelen
De woorden ‘trots’ en ‘hou van jou’
doen je niets
Wat jij voelt is leeg en wat je ziet is zwart
Wat ik voel is pijn, verdriet en zo
machteloos
Zo bang om jou kwijt te raken
Aan de dood
Nu wordt er niet meer gebeld
door school dat jij er niet bent
Fietsen wij niet angstig de stad
door op zoek naar jou
Nu zijn er de
ruziënde stemmen, een slaande deur,
een glimlach, een traan
Een arm om me heen
Zo oneindig dankbaar dat je overwon
En weer lééf!

Recente reacties