De eendagsvlieg streek neer naast het boek dat ik las aan tafel, onder de lamp.
“Aangenaam, mijn naam is Arie,” zei het dier. “Ik ben een nazaat van Anna, waarschijnlijk de beroemdste eendagsvlieg die jullie mensen kennen.”
“Wat kom je hier doen, Arie?” vroeg ik.
“Wat nababbelen. Ik heb mijn taak volbracht, heb de liefde bedreven met Greta, die legt eieren op het water en verdrinkt. Ik ben hier net ontkomen aan een vleermuis.”
“Een beweging van mijn hand en je bent er niet meer, besef je dat wel?” zei ik.
“Dat doe je niet, zo ben je niet.” Hij leek mij te kennen.
“Wat is dat voor lekker warms daar?” vroeg hij. Hij vloog naar de lamp en stierf.


Recente reacties