Voor de zoveelste keer schiet het oude gordijn als een sneltrein van de rails. En in de vitrage zit de sleet. Het kost een paar centen, maar ik laat het toch maar aan de laatste woonwinkel in de buurt over en kies gordijnen en vitrage uit – ’s middags is de man er al.
‘Ach,’ zucht hij diep. ‘Kunststof rolletjes en rails. Waardeloos. Heeft u een trapje?’
Gebogen staat hij op de bovenste trede. Het meten gaat sneller dan het trapje op en af klimmen.
Een week later hangen gordijnen en vitrage keurig met ijzeren rolletjes aan ijzeren gordijnrails. ‘Regelmatig de rails met de achterkant van een kaars zachtjes insmeren,’ zegt de man alsof hij het over zijn pijnlijke rug heeft.


Zulke mannen staan op uitsterven. En ze zijn goud waard.
De laatste zin geeft me een glimlach.
Levja. Vaklui sterven uit. Een kaars is echt een wondermiddel voor gordijnrails trouwens.
Klopt helemaal, Han. Ook die ouderwetse middeltjes zijn subliem.