Bij het krieken van de dag moest ik opstaan. De temperatuur geselde mijn naakte lijf. Ik rilde en schoof de gordijnen wat opzij. Op de ramen stonden ijsbloemen. Kon ik er maar enkele plukken dacht ik; dan zou er hier tenminste nog een greintje warmte zijn… Mijn gedachten dwaalden af naar de talloze smoorhete zomers die ik met vrienden aan de rand van het meer had doorgebracht. Nu eeuwen geleden. We doken dan altijd van een grote rots het koele water in en.. “Wanja! Ben je al wakker?” Met een schok was ik weer terug in de koude werkelijkheid. ‘Ja moeder! Ik kom eraan’. Snel kleedde ik me aan en haastte me naar beneden. Daar wachtte mij een warm welkom.

Recente reacties