Ondertussen; in de bossen van Sherwood: “Handen omhoog!” Uit het niets is daar het pistool. “Geld, snel!” Ik geef hem mijn portefeuille. “Lopen!” Het is donker, de stad is weg. Ik zet er de pas in. Het pistool hijgt in mijn nek. De eeuwigheid begint. Een ver licht. Eindelijk! een schuur. Ik kijk naar binnen. ‘Waar is dat katrol voor?’ “Naar binnen en liggen!” Ik laat me vallen. “Opdrukken: dertig keer. Één, twee, sneller! drie…” Nu pas zie ik hem. Hij ziet mij. “Wat kijk je?” ‘Ik was benieuwd hoe je eruit zou zien.’ “Dat zal ik jou eens lekker aan je neus gaan hangen.” Ik gil als de haak dichterbij komt. Staalhard en koud. Daarna dommel ik langzaam in.

Recente reacties