“Sjaak,
hoe gaat het vandaag met je linkeronderkaak?”
Een standaard binnenkomer, die mijn vader altijd verrast. Pa kijkt me vertwijfeld aan. “Ik ben je dochter Els,” zeg ik. De betekenis van het woord dochter is hem klaarblijkelijk ontgaan.
We pakken een chocomel en onderwijl leg ik onze familieberichten ‘in zevenvoud bij hem neer’. Als hij voor de achtste maal vraagt of ik nog nieuws heb, breng ik hem terug naar de afdeling en neem liefdevol afscheid.
“En?”, vraagt mijn moeder, “Heeft vader me gemist?” “Nou,” zeg ik, “hij denkt dat jij er altijd bent.” Dat pa driemaal naar zijn overleden tweelingbroer heeft gevraagd, laat ik maar achterwege.
Het begin van Alzheimer, was het einde van jullie sprookje, denk ik bedroefd.

Wat een mooie slotzin!