Schrijf mee!
« »

Liefde, Mensen, Poëzie

Warm aanbevolen

15 juli 2018 | 120w | Levi Levisens | 0 |

Ik sprong van de apenrug via het afstijgplaatsje af het veldje in. Toen liep ik op dat vrouwtje af, die met die lange staart en stak toe. Ik stak toe, met mijn dekentje vol sinas appelen maar die waren te dik voor ons doen. Toen vond ik opeens een banaan. Die lag nog op de deken. Alles kwijlde en lekte en het was of er een tong over het voordek van een schip likte. Ik deelde als het ware de banaan met haar. En toen dacht ik al; “dat zal wel aan haar wandeling daarna naar de glazen chocoladekast liggen.” De smulpaap. En wat zat er in? Paaseitjes. Dankzij de voorzienigheid waren er paaseitjes gewoon! Waarschijnlijk van de warme bakker.

Waarderen en delen

Waardeer je dit stukje van Levi Levisens of juist niet? Geef hieronder een en/of deel het met anderen!

soortgelijke stukjes

Reageren

120
Wees geen muurbloem, laat je mening achter!
Houd het netjes. Je hebt 120 woorden. Huisregels.

Heb je dit stukje ook al gewaardeerd?

Geen zin om de volgende som op te lossen? Log dan in! * De CAPTCHA-code is verlopen, probeer opnieuw.


« »