Ze zat, geheel vrijwillig, op een kruk, doos over dr hoofd. Leek mij volstrekt logisch, er moest getongd worden. Derhalve hadden de boys een gat in de doos gesneden waar ons hoofd door zou passen. Liesbeth, het mooiste meisje uit onze straat, was het vrijwillige zoenoffer. Eén voor één staken [...]
3